Vandaag stond de
tocht naar Howth op de planning. We zouden eerst nog een tussenstop maken in
Carlingford, maar het was niet duidelijk of er voldoende diepgang in de haven
stond voor jachten van twee meter diep. Op de kaart stond vermeld, dat jachten
die dieper staken dan twee meter of meer contact moesten opnemen met de
havenmeester. Bovendien komt er vannacht en morgen ZW-7 aan. Dus besloten we om
Carlingford over te slaan. We verlieten de jachthaven van Ardglass om kwart
over acht, gelijktijdig met een zeiljacht afkomstig uit Douglas van het eiland
Man. Zij gingen echter naar het Noorden. Er stond een zwakke wind uit het
noordwesten van 3 bft. Het was bewolkt en het miezerde een beetje. De wind kwam
ruim van achteren en was niet krachtig genoeg om voldoende snelheid te maken,
zodat we op motor en grootzeil richting Howth voeren, een afstand van 55 Nm
vanaf Ardglass. Na een uur trok de wind aan naar WNW-4 en zeilden we met
gemiddeld 7 knopen verder naar het zuiden. Even later passeerden we de grens
van Noord-Ierland en de Republiek Ierland en verwisselden we het Engelse
gastenvlaggetje voor het Ierse. Via de marifoon kwam er van de Dublin
Coastguard de melding “Gale Warning “
binnen, die vannacht zou
aanvangen. Om drie uur passeerden we Lambay Island, een klein eiland, dat
ongeveer 6 Nm vanaf Howth ligt. Om vier uur voeren we tussen het eilandje
Ireland’s Eye, dat vlak voor Howth ligt, en het vaste land van Ierland door. Om
kwart over vier kwamen we in Howth Marina aan. Het was net laagwater en liepen
we bij de ingang nog even vast. Gelukkig was het een modderige bodem en met wat
extra motorgeweld kwamen we er verder zonder problemen doorheen. Via de
marifoon hadden we ons aangemeld, maar het was kennelijk nog even zoeken naar
een vrije ligplaats, want na een paar minuten kregen we pas een mooie box
toegewezen. De hele dag was het bewolkt, maar droog. In Howth begon echter de
zon weer te schijnen. Wat we morgen gaan doen is afhankelijk van het weer.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten