Howth is van oorsprong een vissersdorpje en ligt op het
schiereiland Howth Head. Vlak voor de kust ligt het eilandje Ireland’s Eye waar
we gisteren langs zeilden. Ireland’s Eye is momenteel een vogelreservaat. ’s
Ochtends deden we weer even de nodig boodschappen en kwamen we langs de St.
Mary’s Abbey, althans wat er nog van over is. De ruïne was ooit een kerk,
gebouwd in de 13de eeuw. Tegenwoordig is de ruïne in gebruik als
kerkhof en is de grond heilig verklaard. Alleen zeer oude Howth families hebben
een kans om daar begraven te worden. ’s Middags begonnen we aan een
rondwandeling langs de kliffen van Howth. Langs de haven kwamen we het "Irish sailors Celtic Cross monument" tegen, een gedenkteken voor alle omgekomen vissers. Een op en neer gaand “coastal
footpath” leidde ons langs de fraaie kust en rotspartijen. Het was kennelijk
een toeristische attractie, want het was er erg druk met allerlei
buitenlanders. Er waren meerdere rondwandelingen uitgezet van 6 km t/m 10 km.
Wij kozen de rondwandeling van 8 km, die het halve schiereiland Howth Head
omvatte. Aan de zuidoostkant hadden we een mooi uitzicht op de vuurtoren, The
Bailey Lighthouse, die gebouwd was in 1814 op een stuk uitstekende rots genaamd
“Little Bailey”. Deze vuurtoren verving de vorige, die te hoog op de kliffen
was gebouwd en door mist vaak niet te zien was. Het bekendste wrak in de buurt van
de vuurtoren is de “Paddle Steamer Queen Victoria”, die in een sneeuwstorm ten
onder is gegaan en waar meer dan 80 passagiers van de ca. 100 het leven
verloren. Na deze ramp werd er een mistbel op de vuurtoren geïnstalleerd. Na de
klifroute wandelden we dwars door het schiereiland Howth en door de mooie
natuur weer terug naar onze boot. Morgen gaan we met de trein, de DART (Dublin
Area Rapid Transit), Dublin bezoeken.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten