woensdag 31 mei 2017

Voor anker in Loch Oich.


Om negen uur verlieten we het sluizencomplex bij Fort Augustus. Afgelopen avond, toen we voor overnachting aan de steiger bij de sluis afgemeerd lagen, perste er nog een Engels zeiljachtje tussen onze boot en een andere passant. Even hoorden we een lichte dreun aan de voorsteven in onze boot. Na inspectie en gesproken te hebben met de Engelse schipper, die zich bedremmeld excuseerde, konden we geen schade ontdekken. Na weer twee sluizen en een draaibrug te hebben gepasseerd, voeren we Loch Oich op. Het werd inmiddels mooi weer en besloten we om op Loch Oich te ankeren, niet ver van de volgende draaibrug, die ons al opriep met de vraag of we er door wilden. Vandaag maar niet. Bij het ankeren kwamen we tot de ontdekking dat het bakboord navigatielicht er half bijlag. Toch dus schade van die Engelsman. Zijn zeilbootje, een afgetrapte huurboot, waar het polyester laminaat uit de boeg stak, en de romp vol krassen zat, zag er dan ook niet uit. Na demontage, wat knutselwerk met epoxy en weer montage, zat alles weer zoals het hoorde en konden we uitrusten in een vrolijk schijnende zon met prachtige Schotse hooglanden om ons heen. Aan de overkant lag een soort vakantiepark in de natuur met een kleine steiger, waar een paar huurboten aangelegd hadden. Even later kwamen er een paar kanoërs langs, die ons hartelijk gedag zeiden. ’s Avonds zaten we nog lekker in de avondzon en was het nog vrij warm voor Schotse begrippen. Morgen zakken we verder het Caledonisch kanaal af.

Naar Fort Augustus en afscheid van Loch Ness


Om half acht verlieten we onze meerboei in Loch Ness waar we in de buurt van een kasteelruïne hadden overnacht. Het was bewolkt maar het regende nog niet. Een fraai gezicht waren de mistwolken, die over de hellingtoppen van de Schotse Hooglanden hingen. Na 13 Nm namen we afscheid van Loch Ness en kwamen we bij de ingang van het kanaal bij het plaatsje Fort Augustus aan, waarna we al gauw de draaibrug en de vijf getrapte sluizen naderden. Toen we de sluizen van Fort Augustus opriepen met de vraag wanneer we geschut zouden kunnen worden, antwoordde de sluiswachter “Great timing, we open in five minutes”. Hetzelfde riep ook een Engelse schipper in een grote Bavaria, afgemeerd aan de wachtsteiger, ons toe en alvast met ronkende motor klaar lag. En zo konden we al direct door de draaibrug en de eerste van de vijf sluizen in met twee andere boten, waaronder de Engelsman met zijn Bavaria. Met één van ons op de kade en geholpen door nog een stewart passeerden we alle vijf de sluizen. We hadden veel bekijks van toeristen. Weer voornamelijk Japanners en Chinezen, die zich graag lieten fotograferen voor onze boten. Een paar toeristen schoten ons aan met de vragen “Of we voor dit kanaal een pilot nodig hadden?” en “Waar we vandaan kwamen en naar toegingen”. Na dik twee uur waren we weer uit de sluizen van Fort Augustus met nog 17 sluizen te gaan. We meerden af aan een steiger en bezochten we het plaatsje. Helaas begon het al snel te regenen. Na een kasteelachtig gebouw, waar de Highland Club gevestigd was, en enige souvenirwinkeltjes te hebben bekeken, liepen we maar weer gauw terug naar onze boot. Gelukkig werd het daarna al weer snel droog. Die middag werd het nog druk met allerlei bootjes, vooral huurboten, en ook nog een komplete roei- en zeilclub met allerlei kleine zeilsloepjes op weg van Fort William naar Inverness, die nog door de sluizen moesten.

Naar het monster van Loch Ness


Gisteren hadden we van de havenmeester van Seaport Marina een A4-tje met sluitingstijden van alle draaibruggen en sluizen van het Caledonisch Kanaal gekregen. Om half elf NL-tijd konden we samen met alweer een ander Nederlands jacht en een vakantieboot met Amerikaanse toeristen er op door de draaibrug en voeren we de eerste sluis in, genaamd Dochgarroch, van een serie van vier sluizen achterelkaar getrapt omhoog. Het was een hele happening. Een van ons moest de wal op om de lijnen te bedienen en de schipper stuurde op de motor onze Carina steeds de volgende sluis in. We gingen wel 20 meter in totaal omhoog. Na een kleine twee uur waren we door deze serie sluizen heen. De laatste sluis voor deze dag kwam bij de aanloop van Loch Ness. Nog 22 sluizen te gaan. De schipper van de vakantieboot nam afscheid van ons met de mededeling "Greetings to the monster" en na ons antwoord "we will do" voeren we het beruchte Loch Ness in. We peilden al snel dieptes tegen de 200 meter. Op onze digitale kaart zagen we een maximale diepte van 229 meter staan. Even leek het er op of we het monster onder onze boot hadden, want de dieptemeter sprong ineens van ca. 100 meter naar 4 meter. Deze ondiepte stond niet op de kaart. Tot onze geruststelling zagen we geen monster. Vermoedelijk was het een grote meerval geweest, hoewel dat ook monsters kunnen zijn. Na 6 Nm, Loch Ness is ongeveer 20 Nm lang en een kleine 1,5 Nm breed, besloten we om te bekijken of we ergens in Loch Ness konden ankeren of aanmeren. Vlakbij een kasteel in een inham vonden we een eenzame meerboei en besloten we om deze maar te gebruiken. We horen het wel als het niet goed is, was onze gedachte. We lagen daar wel aan lagerwal, maar de golfslag stelde weinig voor en in de nacht zou de wind gaan draaien naar het westen en dan lagen we weer goed. Na even wat zon begon het in de avond te regenen. Indien het monster ons vannacht met rust laat, gaan we morgen naar Fort Augustus.

zondag 28 mei 2017

Naar de ingang van het Caledonisch Kanaal


We verlieten om kwart voor twaalf de Inverness Marina naar Clachnaharry (uitspraak: Kletsjnéherrie) Sea Lock, de ingang van het Caledonisch Kanaal, nadat we ze via de marifoon hadden opgeroepen met het verzoek om geschut te worden. Even daarvoor had ook een ander Nederlands jacht, dat van zee kwam aanvaren, de sluis opgeroepen met hetzelfde verzoek. En voegde ook een Engels jacht zich aan de rij toe. Even later lagen we met zijn drieën in de eerste sluis, waar alle formaliteiten, waaronder de betaling, dienden plaats te vinden. We kregen een achtdaagse “license” en een sleutel voor alle faciliteiten in het Kanaal. Na de tweede sluis te hebben gepasseerd, meerden we af in Seaport Marina, de jachthaven die in het Caledonisch Kanaal bij Inverness ligt. Nog 27 sluizen, 10 draaibruggen en 50 Nm te gaan. Na de nodige boodschappen te hebben gedaan, bezochten we het centrum van Inverness, dat aan de monding van de rivier de Ness ligt. Inverness ligt aan de noordzijde van de Great Glen en wordt beschouwd als hoofdstad van de Schotse Hooglanden. We wandelden langs de rivier de Ness, waarna we over een hangbrug uit 1881 voor voetgangers in het gezellige centrum terecht kwamen. Er stonden veel oude kerken en een kasteel op een heuvel dat als gerechtsgebouw dienst deed, waar we een mooi uitzicht hadden over het centrum en de rivier Ness. In het verleden schijnen Highland-clans de omgeving middels plunderingen onveilig te hebben gemaakt, waardoor vele historische gebouwen zijn vernield. Het huidige Inverness dateert grotendeels uit 19de eeuw toen de streek een grote bloei kende door de aanleg van het Caledonisch Kanaal en de komst van de spoorweg. Sinds december 2000 mag Inverness zich officieel een stad noemen. Het viel ons op dat er ook veel toeristen rondliepen uit alle delen van de wereld, van Japanners, Chinezen tot Italianen. Na al deze mooie indrukken liepen we terug naar onze boot. Morgen gaan we verder het Caledonisch kanaal in.

zaterdag 27 mei 2017

Van Whitehills naar het Caledonisch Kanaal bij Inverness


Alweer vroeg op vanwege het tij. Om kwart voor vijf NL-tijd stonden we op ofwel kwart voor vier Schotse tijd. Om half zes verlieten we het krappe haventje van Whitehills. Vanwege lager wal en de stevige windvlagen, was het nog lastig om van de steiger af te komen. Maar met enig gemanoeuvreer lukte dat prima. Buiten stond een ZZO 5-6 bft. en met gereefde fok surfden we richting Inverness. Bij Port Knockie zeilden we langs een zeer fraaie rotskust met allerlei uitgesleten gaten en grotten. Even daarna viel de wind ineens helemaal weg en moesten we de motor bijzetten. De volgende haventjes heten Buckie en Lossiemouth. Klein en ondiep maar wel grappige namen. De Schotse kustlijn naar Inverness is zeer gevariëerd. Van imposante rotsachtige hooglanden naar duinachtige laaglanden met fraaie zandstranden. Ook bevinden zich hier vrij veel zeehonden. Op een rots bij Peterhead zagen we een hele school zitten en ook tijdens deze tocht stak er af en toe een nieuwsgierige zeehondenkop boven het water uit. Ons viel op dat ze hier een meer spitsachtige kop hebben dan bij ons in Nederland. Eveneens was het opvallend dat we nauwelijks of geen scheepvaart zagen. Zelfs geen pleziervaart. Een paar mijl voor Inverness zagen we een aantal tuimelaars, die wat kunstjes aan het maken was onder belangstelling van een grote groep mensen aan de wal. Helaas te ver om er een mooie opname van te maken. Om twee uur kwamen we in Inverness aan, We zijn bij de ingang van het Caledonisch Kanaal. Dat hebben we in ieder geval al bereikt. De havenmeester kwam al snel aangelopen met een informatieboekje in zijn hand. Dat doen ze hier in de Schotse havens bijna allemaal. Daar kunnen de Nederlandse jachthavens een voorbeeld aan nemen. Het plaatsje Inverness, waar we boodschappen wilden doen, ligt anderhalve km van de jachthaven. Toen het ook nog zachtjes begon te regenen, besloten we de wandeling er naar toe maar niet te maken en ons voor te bereiden op de reis door het Caledonisch Kanaal.

vrijdag 26 mei 2017

Van Peterhead naar Whitehills


's Ochtends om kwart over tien, anderhalf uur na laag water probeerden we uit Peterhead weg te komen, hetgeen tot onze verbazing nog lukte ook. Na de niet erg gastvrije Peterhead Harbour te hebben opgeroepen om te mogen vertrekken, meldde deze dat we zo snel mogelijk de buitenhaven moesten verlaten en het zeil niet in de binnenhaven mochten hijssen. Daar deed hij de vorige avond bij onze binnenkomst ook al moeilijk over toen we onze zeilen in de buitenhaven streken. Het mag dan een commerciële haven zijn, maar zo ongastvrij zijn ze in IJmuiden, Scheveningen of Zeebrugge niet. Weg wezen dus en niet meer terugkomen. Onze koers voor vandaag was  naar Whitehills, 36 Nm vanaf Peterhead. We vragen ons af wat ons daar te wachten staat. Whitehills heeft ook weer een getijdenhaven en we komen daar ca. 3 tot 4 uur na hoog water pas aan. Er stond een mooie half tot ruime wind ZZO 4-5 en meer 5 dan 4 bft., zodat we op zeil vooruit stoven. En geen golfslag omdat de wind van het land kwam. Mooier kan je het niet hebben. We haalden zelfs een keer ruim 10 knopen over het water en dat terwijl we gedurende de hele tocht de stroom behoorlijk tegen hadden, zodat we over de grond een gemiddelde haalde van ruim 6 knopen. We kwamen om kwart over vier in Whitehills aan, waar we werden opgevangen door de havenmeester en tot onze opluchting de diepgang op dat moment ruim genoeg bleek . Het was er behoorlijk warm. Ook hier een hittegolf  met temperaturen tegen de 30 graden Celsius. “Unusual” zoals de havenmeester zei. Toen we wilden betalen, bleek dat het met moderne betaalkaarten niet mogelijk was en moesten we geld wisselen in een lokaal winkeltje, waar we Schotse ponden kregen. En dit Schotland wil bij de EU blijven? Morgen moeten we er alweer vroeg uit vanwege het tij. Voor zes uur moeten we de haven uit zijn en dan nog 59 Nm naar Inverness. Dan zijn we eindelijk aangekomen bij de sluis van het Caledonisch Kanaal. Hoewel de Orkney-eilanden, die nog maar 65 Nm van Whitehills verwijderd zijn, ook lonken. Maar die zitten nu niet in de planning.

Van Eyemouth naar Peterhead en klaar met de oostkust


Het verval in Eyemouth was 4,5 meter. Vanwege springtij was dit meer dan normaal en dat was dan ook wel te merken. Uur na uur moesten we onze landvasten meer ruimte geven om te voorkomen dat onze Carina werd opgehangen. Gisteravond was de kermisexploitant, die op de kade boven onze boot zijn kermis aan het opbouwen was, bezig een aantal attracties te testen, hetgeen gepaard ging met flikkerende gekleurde lampen en het nodige kermislawaai. Een mooi moment om te vertrekken, voordat de kermis operationeel wordt. De vieze kademuur was ook al niet zo aantrekkelijk, evenmin als het voortdurende geronk en stank van de motoren van de vissersboten, die kennelijk nooit uitgezet worden al liggen ze aan de wal. Om half zes NL-tijd, want die houden we nog steeds aan, vertrokken we uit Eyemouth richting Peterhead, een afstand van 98 Nm. Het is momenteel gunstig weer. Een hoge drukgebied passeert het noorden en daar moeten we wel even gebruik van maken, want het kan in dit gebied ook aardig spoken. Bovendien hebben we de oostkust ook wel gezien met al die getijdenhaventjes en steekt wat ons betreft schril af tegen de fraaie ZW-west kust van Engeland. De westkust van Schotland schijnt ook zeer fraai te zijn, dus we kunnen haast niet wachten. Er stond een westenwind van 3-4 Bft., die af en toe weg viel zodat we weer even de motor bij moesten aanzetten. En geen golfslag of deining, zodat we veelal zeilend met tegen de 7 knopen goede vorderingen maakten. Het was schitterend weer. Veel zon en zelfs behoorlijk warm. Jammer alleen dat de wind na tien uur naar ZZO draaide en helemaal van achter kwam, zodat we op de motor verder moesten om voldoende snelheid te houden. Om half negen 's avonds kwamen we in Peterhead aan. Na toestemming aan Peterhead Harbour te hebben gevraagd via de marfoon konden we de buitenhaven invaren richting de marina, waar we prompt vastliepen in de ingang. Ook liep de kiel ergens tegenaan, waar we uiteraard van schrokken. Vermoedelijk een betonblok waar een boei aan vast zat. Gelukkig hadden we nauwelijks snelheid en konden we bij kielbouten niets bijzonders ontdekken. Het was ook precies laag water en ook nog springtij, waardoor er nog minder water stond. Ofschoon de Reeds, de nautische almanac, beschrijft dat 24 uur per dag de marina met een boot van 2 mtr. diepgang altijd bereikbaar is, bleek dat niet het geval. Ook de havenmeester die naar onze diepgang had gevraagd meldde hier niets over. Bij Eyemouth bleek de gegevens over de diepgang en bereikbaarheid ook al niet te kloppen. Gelukkig was er een lokaal vissersbootje, die voor ons de diepgang peilde en ons na ca. een uur toen er al wat meer water stond, wees hoe we het beste konden binnenvaren. Nadat we wat rust hadden genomen, kwamen we dan ook tot de conclusie dat we wel klaar waren met al die getijdenhavens aan de oostkust en vertrekken we morgen naar Whitehill.

woensdag 24 mei 2017

Van Amble naar Eymouth (Schotland)


Vanochtend vertrokken we twee-en-een half uur na hoogwater om half vijf uit Amble Marina. Er stond weinig wind, maar ook tegen, zodat we op de motor richting Eyemouth voeren, een 44 Nm vanaf Amble. Ook in Eyemouth, onze eerste Schotse havenplaats, kunnen we niet te vroeg aanlopen. Maximaal vier uur voor of na hoogwater is mogelijk, zoals de havenmeester van Eyemouth had gezegd, die we gisteren hadden gebeld. Want de Reeds, onze nautische bijbel was hier niet duidelijk in. Om half negen passeerden we Holy Island dat met mooi weer een prachtige en beschutte ankerplek biedt. Nabij Holy Island trok de wind aan en kruisten we op zeil richting Eyemouth. Onderweg zagen we verscheidene puffins. Niet lang daarna trok de wind nog aan naar WNW-5, zodat we al spoedig bij de haven van Eyemouth aankwamen, waar we enthousiast door een aantal vissers werden begroet. We meerden om half één af aan de passantensteiger. Even later kwam de zeer vriendelijke havenmeester ons vertellen dat vanwege springtij er nog minder dan een meter water zou staan bij laag water en regelde voor ons een ander plekje aan de kade van de visserijhaven, waar genoeg water zou blijven staan. We zijn al een keer onvrijwillig drooggevallen met onze twee meter diepgang in L'Aberwrac'h, maar dat willen we niet nog een keer meemaken. Het was inmiddels nu ook aangenaam warm geworden. Ook hier profiteren we van een hogedrukgebied en maakten we in de middag een zonnige wandeling langs de drukke en sfeervolle haven van Eyemouth. Morgenvroeg vertrekken we richting Peterhead vanwege het gunstige weer.

dinsdag 23 mei 2017

Bezichtiging Warkworth Castle


Vandaag zijn we maar in Amble gebleven. Dat heb je met getijdenhavens, het tij kwam niet goed uit. We moesten uiterlijk om vijf uur ’s ochtends vertrekken in verband met de waterstand en dus om vier uur opstaan. Morgen is dat weer een uur later en we zijn per slot van rekening op vakantie. Dus besloten we om dan toch maar het kasteel Warkworth Castle te gaan bekijken. En als er iets is wat je in Engeland niet over het hoofd kan zien, dan zijn het wel de kastelen. Het land zit er vol mee. Je kan zelfs een speciale kastelenkaart kopen om daarmee nagenoeg alle kastelen in Engeland te bekijken. Maar dat is voor ons ook weer te veel van het goede. Om half elf verlieten we de boot en wandelden we langs de rivier Coquet richting het kasteel Warkworth waar we na een half uur arriveerden. Warkworth Castle is een middeleeuwse kasteelruïne in de gelijknamige plaats Warkworth in het Engelse graafschap Northumberland. Stad en kasteel liggen aan de noordoostkust van Engeland in een lus aan het riviertje de Coquet, op ongeveer anderhalve kilometer afstand van de Noordzee. Wanneer het kasteel werd gesticht is onzeker: traditioneel wordt de bouw toegeschreven aan prins Hendrik van Schotland in het midden van de 12e eeuw, maar het kasteel kan ook al eerder gebouwd zijn, in de periode dat koning Henry II van Engeland zich de controle verwierf over de noordelijke graafschappen van Engeland. Het kasteel van Warkworth werd voor eerst gedocumenteerd in een oorkonde uit de periode 1157-1164, toen Hendrik II het toewees aan Roger fitz Richard. Het toen nog houten kasteel werd als "zwak" beschouwd en werd niet verdedigd toen de Schotten in 1173 het noordoosten van Engeland binnenvielen. In de veertiende eeuw nam baron Henry de Percy het kasteel over, maar werd later tijdens de Engelse burgeroorlog verwoest. Sinds 1984 staat het overgebleven deel onder beheer van de “English Heritage”. Daarna wandelden we door het gezellig plaatsje Warkworth, dat vele pubs telt. We kwamen langs de St. Lawrence Church, die dateert uit de twaalfde eeuw. Binnen was het niet echt bijzonder. Vervolgens gingen we weer terug richting Amble Marina. We keken nog even bij de havenhoofden, waar we een kreeftkwekerij aantroffen, met tienduizenden minuscuul kleine kreeftjes. Volgens de kweker worden deze kleine kreeften weer uitgezet in de zee voor de visserij, want opkweken tot ze volwassen zijn duurt wel 5 tot 6 jaar. Morgen vertrekken we om zes uur naar Eyemouth, de eerste havenplaats van Schotland aan de oostzijde.