We verlieten om kwart voor twaalf de Inverness Marina naar Clachnaharry
(uitspraak: Kletsjnéherrie) Sea Lock, de ingang van het Caledonisch Kanaal, nadat
we ze via de marifoon hadden opgeroepen met het verzoek om geschut te worden.
Even daarvoor had ook een ander Nederlands jacht, dat van zee kwam aanvaren, de
sluis opgeroepen met hetzelfde verzoek. En voegde ook een Engels jacht zich aan
de rij toe. Even later lagen we met zijn drieën in de eerste sluis, waar alle
formaliteiten, waaronder de betaling, dienden plaats te vinden. We kregen een achtdaagse
“license” en een sleutel voor alle faciliteiten in het Kanaal. Na de tweede
sluis te hebben gepasseerd, meerden we af in Seaport Marina, de jachthaven die
in het Caledonisch Kanaal bij Inverness ligt. Nog 27 sluizen, 10 draaibruggen
en 50 Nm te gaan. Na de nodige boodschappen te hebben gedaan, bezochten we het
centrum van Inverness, dat aan de monding van de rivier de Ness ligt. Inverness
ligt aan de noordzijde van de Great Glen en wordt beschouwd als hoofdstad van
de Schotse Hooglanden. We wandelden langs de rivier de Ness, waarna we over een
hangbrug uit 1881 voor voetgangers in het gezellige centrum terecht kwamen.
Er stonden veel oude kerken en een kasteel op een heuvel dat als gerechtsgebouw
dienst deed, waar we een mooi uitzicht hadden over het centrum en de rivier
Ness. In het verleden schijnen Highland-clans de omgeving middels plunderingen
onveilig te hebben gemaakt, waardoor vele historische gebouwen zijn vernield.
Het huidige Inverness dateert grotendeels uit 19de eeuw toen de streek een
grote bloei kende door de aanleg van het Caledonisch Kanaal en de komst van de
spoorweg. Sinds december 2000 mag Inverness zich officieel een stad noemen. Het
viel ons op dat er ook veel toeristen rondliepen uit alle delen van de wereld,
van Japanners, Chinezen tot Italianen. Na al deze mooie indrukken liepen we
terug naar onze boot. Morgen gaan we verder het Caledonisch kanaal in.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten