vrijdag 30 juni 2017

Verwaaidag Kilmore Quay


Het waaide flink vandaag, NNW7-8. We hingen af en toe scheef in de box en ’s ochtends begon het ook weer te regenen. Het was ook koud. Zonder verwarming was het 16 graden. In de middag hield de regen op en maakten we een wandeling, de “Kilmore Quay Walking Trail” genaamd. De route was ca. 4,5 km lang en liep langs de duinen en het strand terug. Op het strand lagen echter grote en kleine kiezels. Het lopen er op was niet prettig, zodat we besloten hetzelfde pad via de duinen weer terug te gaan. Daarna liepen we het plaatsje weer in. Kilmore Quay is een vissersdorpje met ca. 400 inwoners. Voor de kust liggen twee onbewoonde kleine eilanden: Great Saltee en Little Saltee. De naam Kilmore Quay betekent in het Iers “Cé na Cille Móire” ofwel "Quay of the big church". Weer terug in het dorpje, wandelden we langs een oud bootje, die ze als plantenbak hadden ingericht. Aangekomen bij de enige kerk, de St. Peter Church, werden we door een beheerder van de kerk, die net met zijn auto aankwam, uitgenodigd om de kerk van binnen te bekijken. De kerk is in 1875 gebouwd en van binnen eenvoudig maar heeft mooie gebrandschilderde ramen. Eromheen staan ook nog de oude huizen van weleer, veelal met rieten daken en in goede staat. Weer bij de haven aangekomen, begon de zon zelfs te schijnen. Het waaide nog steeds stevig door. Even afwachten hoe zich dit ontwikkelt voor de komende dagen.

donderdag 29 juni 2017

Kilmore Quay


Vanochtend gingen we allereerst bij de havenmeester langs. Ze werken hier met telefoonnummers om het beveiligde hek van de marina te openen. Maar juist onze telefoon was defect. Als oplossing had de havenmeester een speciale key, waarmee we het hek konden openen. Ook vroegen we om een box, want de ligplaats bij de vissersboten was wel leuk om te zien, maar ook zeer onrustig. En we liggen hier wel een paar dagen, vanwege het stormachtige weer. De vriendelijke maar moeilijk verstaanbare havenmeester begreep dat wel met de uitspraak “Yeah, fishing boats are very noisy early in the morning”. We kregen een mooie box ver van de vissershaven en niet lang daarna begon het weer te regenen. Behalve Schotland kan Ierland er ook wel wat van. Gelukkig kregen we ook van de havenmeester de code voor het internet. Na wat gepriegel en schoonmaken van de contactpunten van de SIM-kaarthouder van onze samsung smartphone, konden we ineens weer bellen. Met “roaming” aan en internet ging de smartphone nog steeds op tilt. In de namiddag werd de regen minder en maakten we een korte wandeling langs de haven en stukje kust. In de haven waren ze net kratten met nog levende kreeften en krabben aan het overladen in auto’s. Eén van hen bood ons een kreeft aan: “Do you want a lobster?”. We sloegen het aanbod maar vriendelijk af, want we hadden niet zo een grote pan aan boord en bovendien een gillende kreeft in een kokende pan stoppen is nu niet onze hobby. Langs de kust kwamen we de Memorial Garden tegen, ter nagedachtenis van eenieder die omgekomen is in de Ierse zee. Van gestrande historische zeilschepen, gezonken vissersboten en verdronken zwemmers toe. Langs de kust zagen we ook stranden en duinen, die sprekend overeen komen met die in Nederland. De Ieren stammen grotendeels van de Vikingen af. In 1066 kwamen de Vikingen naar Normandië in Frankrijk. Een eeuw later staken ze over naar Ierland en zijn nooit meer weggegaan. Daarnaast had je de Kelten, die als kolonist in Ierland terecht waren gekomen. De echte Ierse taal is ook onnavolgbaar. Het zijn klanken waar je niets van maakt. Het schijnt een mix te zijn van Keltisch en oud Noors. Vannacht en morgen waait er hier een NW7-8. We blijven maar even liggen.

Verregende tocht naar Kilmore Quay


Gisteren om acht uur vertrokken we uit Arklow Marina. Arklow was niet zo bijzonder. Van Morisson, ooit zanger van de popgroep Them, heeft er een song "Streets of Arklow" over gemaakt, toen hij daar drie weken op vakantie verbleef. Er was regen en nauwelijks wind voorspeld. Maar gelukkig stond er een flauw zonnetje. Op de motor voeren we langs de Ierse kust richting Kilmore Quay, een afstand van 50 Nm. Het viel ons op dat de grilligheid van de kust afnam en er meer zandstranden te zien waren. In het noorden heeft het landschap veel meer bergachtige heuvels en zijn deze hoger. In Kilmore Quay zullen we wel een paar dagen verwaaid komen te liggen, want de weerkaarten voorspellen voor de komende dagen NW7-8. Ook nu hadden we weer forse stroom tegen, die opliep tot drie knopen. We kwamen soms maar nauwelijks met 3 knopen vooruit. Maar wachten tot half vijf op meestroom was geen optie, omdat we dan erg laat in de avond zouden aankomen met de kans dat we geen goede ligplaats meer zouden kunnen krijgen. Achter onze boot stak opeens een zeehondekop boven water, die verbaasd naar onze boot staarde. Na een paar seconden dook hij of zij weer onder. De zeehonden hier hebben een langere hondesnuit dan die in de Nederlandse wateren. Om drie uur passeerden we Carrick Rock en begon het te regenen. Ongeveer 6 Nm voor Kilmore Quay belden we de havenmeester op om informatie over de diepgang bij aankomst. Onze navigatiekaart gaf aan dat er bij eb niet voldoende water stond voor onze diepgang van twee meter. In de nautische almanak, de REEDS, staat echter dat de haven bij elk tij aan te lopen is. De havenmeester gaf onze digitale navigatiekaart gelijk. Er stond op dat moment 1,7 meter water bij de ingang van de haven en dus niet voldoende voor onze Carina. Minimaal twee uur voor en na eb was veilig aldus de havenmeester en dat betekende dat we twee uur moesten wachten. De regen werd steeds heviger. We dobberden in de regen voor de haven ca. 2 uur rond. Uiteindelijk konden we om 18:15 uur naar binnen in stevige plensbuien, zodat we als verzopen katten aankwamen. Tot overmaat van ramp bleek onze smartphone ook niet meer te werken. Bellen en internet is niet mogelijk. Vandaag maar even verder kijken wat er aan de hand is.

dinsdag 27 juni 2017

The Arklow Kynoch Heritage Walk


Gisteravond begon het te regen. Toen we opstonden regende het nog steeds. Ook de wind ZW4-5 kwam uit de verkeerde hoek om verder naar het zuiden te gaan. We besloten om maar te blijven liggen in Arklow. Omstreeks twaalf uur werd de regen minder en om één uur was het droog. Bij de haven was een wandelroute uitgezet, The Arklow Kynoch Heritage Walk, die we maar eens uitprobeerden. We kwamen langs een grote vervallen fabriek, die ooit zeer welvarend was. Kynoch Arklow was een munitiefabriek, opgericht in 1895 als gevolg van de Boeren opstand in Zuid-Afrika en de overheid grote hoeveelheden munitie nodig had. Ierland behoorde in die tijd nog tot het Verenigd Koninkrijk. De fabriek had meer dan 3000 medewerkers in dienst en was een belangrijke werkgever voor deze omgeving. In 1917 was er een explosie, waardoor 27 arbeiders het leven lieten.  In 1918 echter, negen maanden voor het einde van de WO-I, werd de fabriek gesloten, vanwege politieke in combinatie met andere redenen. De wandeling voerde ook langs een stukje van de kust. Daarna kwamen we langs het Maritime Museum, een klein maar leuk opgezet museum. Het vertelt over de welvarende scheepvaartgeschiedenis van weleer en de historie van Arklow. Tegenwoordig varen er diverse Coasters rond met de naam Arklow er in verwerkt. We vernamen echter dat deze kustvaarders tegenwoordig allemaal in Holland zijn gebouwd. Vervolgens teruggekomen op de boot begon zelfs de zon weer te schijnen en konden we in het zonnetje de tocht voor morgen voorbereiden.

maandag 26 juni 2017

Van Greystones naar Arklow


Om kwart over acht verlieten we Greystones Marina. Er scheen een flauw zonnetje en er stond helaas nauwelijks wind uit het noorden. Op motor en grootzeil koersten we naar onze volgende bestemming, Arklow, 25 Nm zuidelijker gelegen vanaf Greystones. We hadden twee knopen stroom tegen. Pas in de middag zou deze gaan meelopen, maar daar wilden we niet op wachten. We hadden mooi uitzicht op de fraaie Ierse kust en landschap er achter. Sommige heuvels zijn meer dan 700 meter hoog. Niet verwonderlijk dat Marten Toonder hier zijn inspiratie voor zijn Bommelboeken vandaan haalden en vooral als het in de bergen nevelig werd. Om elf uur passeerden we de vuurtoren van Wicklow Head, waar we 3,5 knoop stroom tegen kregen. Om kwart voor twee kwamen we in Arklow aan. Via de marifoon kregen we geen respons, maar de havenmeester stond op de kade en wees ons een ligplaats aan. Op ons log stond 36 Nm. We hadden door de forse tegenstroom 11 Nm meer gevaren. Na alles opgeruimd te hebben en de havenmeester te hebben betaald, die ons voor de eventuele tweede nacht alvast 30% korting gaf, bezochten we het plaatsje Arklow. Arklow ligt aan de monding van de Avoca River en is gesticht door de Vikingen in de negende eeuw. De naam Arklow is afkomstig van “Arnkell’s Lág”. “Arnkell” was een Vinking-leider en “lág” (= “low” in Oud Noors) was een een stuk land. Ooit nam Arklow een belangrijke plaats in op gebied van zeevaart, scheepsbouw en visindustrie. Tijdens de WO-I was de munitiefabriek Kynoch één van de grootste werkgevers met meer dan 3000 arbeidsplaatsen. Na de WO-I werd het gehele bedrijf over geplaatst naar Zuid-Afrika. In het centrum bekeken we de St. Mary’s and St. Peter’s Church, een katholieke kerk die in 1859 was gebouwd in een bepaalde stijl die in veel andere kerken en kathedralen is terug te vinden in Ierland. Daarna liepen we door een park en langs de rivier Avoca terug naar onze boot. Afhankelijk van het weer blijven we een dag of gaan we verder naar het zuiden.

zondag 25 juni 2017

Van Howth naar Greystones


Om tien uur vertrokken we uit de jachthaven van Howth, ongeveer twee uur na laag water. Toen we drie dagen geleden in Howth aankwamen, was het een uur voor laagwater en kwamen we even vast te zitten bij de ingang van de marina. Het was behoorlijk grijs weer en het miezerde. Ook stond er weinig wind uit het noorden. Op motor en grootzeil voeren we de haven uit langs de vuurtoren, “The Old Lighthouse”, die op het havenhoofd staat en dateert van 1817. Onze koers was richting Greystones, een afstand van 16 Nm. De jachthaven van Greystones schijnt nieuw te zijn. We zijn benieuwd. Overigens zijn de ligplaatstarieven in Ierland vrij hoog. In Howth betaalden we anderhalf keer zoveel als bijvoorbeeld in IJmuiden of Scheveningen. Ook Greystones Marina weet wel te rekenen, zagen we op hun website. Noord-Ierland en met name Schotland zijn aanzienlijk goedkoper. Soms scheelt dat wel de helft. We voeren in de miezerige regen langs de fraaie kust van Howth, waar we twee dagen geleden een wandeling hadden gemaakt. Even later staken we de baai bij Dublin over. Een cruiseschip voer achter ons langs naar binnen. De lucht klaarde wat op en de regen hield het gelukkig ook voor gezien. Om half twee kwamen we in Greystones aan. Greystones schijnt een kunstenaarsoord te zijn. Marten Toonder, de bekende schrijver van “Bommel-boeken” heeft jarenlang in Greystones gewoond. Hij verhuisde in 1964 met zijn vrouw naar Greystones in Ierland om zich geheel te wijden aan het striptekenen. Hij vond dat het Ierse landschap erg leek op dat wat hij al jaren in zijn Bommel-strips had getekend. In de middag maakten we een wandeling langs de boulevard en door het plaatsje. Bij de jachthaven was er een expositie van foto’s en schilderijen. Op de boulevard hadden we een mooi uitzicht op de Ierse kuststrook van rotsen en zandstranden. Even verderop kwamen we een opvallend kunstwerk tegen. Na nog boodschappen te hebben gedaan, gingen we terug naar de boot. Morgen gaan we verder naar het zuiden.

zaterdag 24 juni 2017

Bezoek Dublin


Vanochtend gingen we om half tien met de trein naar Dublin, waar we een half uur later in Connolly Station aankwamen. Connolly Station ligt vlakbij de rivier Liffey. Als eerste kwamen we dan ook de driemaster "Jeanie Johnston" tegen. De huidige "Jeanie Johnston" is een replica van de oorspronkelijke driemaster, die in Quebec, Canada in 1847 was gebouwd. De masten van het schip stond in de steigers en was verder niet bijzonder. Daarna liepen we langs het “Famine Memorial” monument, een aandenken aan de Ierse hongersnood, die in 1845 tot 1850 Ierland trof. Voor hun voedselvoorziening waren de Ieren grotendeels afhankelijk van de aardappeloogst. Negentig procent daarvan was echter mislukt als gevolg van de aardappelziekte. Als gevolg van deze voedselschaarste stierven meer dan een miljoen Ieren. Miljoenen anderen vluchtten al dan niet gedwongen naar Noord-Amerika, Australië, Nieuw-Zeeland en Groot-Brittannië. Aan de “Custom Quay”, de kade langs de rivier Liffey, stond het monumentale “Custom House”, een 18de eeuws gebouw, waarin het lokale bestuur zetelt. Niet ver er vandaan kwamen we het O’Connell monument tegen. Daniel O’Connell, was een politieke leider van Ierland, die een voorvechter was van de katholieke emancipatie, waaronder het recht om als katholiek te mogen zetelen in het Westminster Parlement. Het “General Post Office”, gelegen aan de O’Connell street, is met name bekend van de Paasopstand van 1916. Toen was het gebouw hoofdkwartier van de opstandelingen in Dublin en werd de republiek er uitgeroepen door Patrick Pearse en James Connolly. Het gebouw werd zwaar beschadigd door oprukkende Britse troepen, slechts de façade bleef gespaard. Pas na het tot stand komen van de Ierse Vrijstaat, een aantal jaren later, werd het gebouw door de nieuwe regering gerepareerd. In de zuilen bij de ingang zijn de sporen van de opstand, in de vorm van kogelgaten, nog steeds te zien. Daarna bezochten we de Christ Church Cathedral. De kathedraal is de oudste van de twee kathedralen van de Church of Ireland in Dublin. Waarschijnlijk stonden de eerste fundamenten er al in 1028 door Vikingen gesticht. In 1870 is de kathedraal uitgebreid gerestaureerd. Het is de zetel van de aartsbisschop van Dublin. Een halve kilometer verder in het centrum ligt Dublin Castle. Dublin Castle was meer dan 700 jaar het hoofdkwartier van het Engelse bestuur in Ierland. Het is nu het centrum van de Ierse regering en wordt gebruikt voor staatsaangelegenheden en staatsbezoeken. Ook worden er exposities gehouden. Het kasteel omvat bouwwerken uit verschillende perioden. Het meest opvallende element van het Normandische kasteel, dat in de 13e eeuw werd gebouwd, is de Record Tower. We konden alleen een “self guided tour” doen, omdat alle rondleidingen praktisch volgeboekt waren. We wilden ook nog het “Guiness Storehouse” bezoeken, dat ca. 1,5 km van Dublin Castle lag. Maar daar aangekomen, zagen we dat er gigantische wachtrijen voor de ingang stonden en besloten we dit maar te laten voor wat het was. Wel kwam er een Ierse trommelband opdraven in speciale kledij, die een luide ritmische voorstelling gaf. Daarna wandelden we terug door de historische wijk de “Temple Bar”, die bekend staat om zijn culturele activiteiten en uitgaansleven. De buurt ligt aan de zuidoever van de rivier de Liffey en heeft, in tegenstelling tot het merendeel van Dublin, zijn middeleeuwse stratenpatroon behouden. Ook zijn de straatjes nog steeds met klinkers geplaveid. Het was erg druk, mede omdat er ook een Gay Pride optocht zou aanvangen. Als laatste bekeken we het bronzen beeld van “Molly Malone”.  Moly Malone was een visverkoopster en over haar is een ballade gemaakt. Het lied over Molly Malone is een soort officieus volkslied geworden en wordt veelal bij Ierse sportwedstrijden gezongen. Vooral The Dubliners, U2 en Sinéad O'Connor hebben bijgedragen aan deze roem. Daarna gingen we weer terug met de DART naar onze boot in Howth. Wat ons erg opviel was dat Dublin vol zat met bedelaars en daklozen. Het succes van Brussel zit in ieder geval niet in Dublin.

vrijdag 23 juni 2017

Klifwandeling Howth


Howth is van oorsprong een vissersdorpje en ligt op het schiereiland Howth Head. Vlak voor de kust ligt het eilandje Ireland’s Eye waar we gisteren langs zeilden. Ireland’s Eye is momenteel een vogelreservaat. ’s Ochtends deden we weer even de nodig boodschappen en kwamen we langs de St. Mary’s Abbey, althans wat er nog van over is. De ruïne was ooit een kerk, gebouwd in de 13de eeuw. Tegenwoordig is de ruïne in gebruik als kerkhof en is de grond heilig verklaard. Alleen zeer oude Howth families hebben een kans om daar begraven te worden. ’s Middags begonnen we aan een rondwandeling langs de kliffen van Howth. Langs de haven kwamen we het "Irish sailors Celtic Cross monument" tegen, een gedenkteken voor alle omgekomen vissers. Een op en neer gaand “coastal footpath” leidde ons langs de fraaie kust en rotspartijen. Het was kennelijk een toeristische attractie, want het was er erg druk met allerlei buitenlanders. Er waren meerdere rondwandelingen uitgezet van 6 km t/m 10 km. Wij kozen de rondwandeling van 8 km, die het halve schiereiland Howth Head omvatte. Aan de zuidoostkant hadden we een mooi uitzicht op de vuurtoren, The Bailey Lighthouse, die gebouwd was in 1814 op een stuk uitstekende rots genaamd “Little Bailey”. Deze vuurtoren verving de vorige, die te hoog op de kliffen was gebouwd en door mist vaak niet te zien was. Het bekendste wrak in de buurt van de vuurtoren is de “Paddle Steamer Queen Victoria”, die in een sneeuwstorm ten onder is gegaan en waar meer dan 80 passagiers van de ca. 100 het leven verloren. Na deze ramp werd er een mistbel op de vuurtoren geïnstalleerd. Na de klifroute wandelden we dwars door het schiereiland Howth en door de mooie natuur weer terug naar onze boot. Morgen gaan we met de trein, de DART (Dublin Area Rapid Transit), Dublin bezoeken. 

donderdag 22 juni 2017

Van Ardglass naar Howth


Vandaag stond de tocht naar Howth op de planning. We zouden eerst nog een tussenstop maken in Carlingford, maar het was niet duidelijk of er voldoende diepgang in de haven stond voor jachten van twee meter diep. Op de kaart stond vermeld, dat jachten die dieper staken dan twee meter of meer contact moesten opnemen met de havenmeester. Bovendien komt er vannacht en morgen ZW-7 aan. Dus besloten we om Carlingford over te slaan. We verlieten de jachthaven van Ardglass om kwart over acht, gelijktijdig met een zeiljacht afkomstig uit Douglas van het eiland Man. Zij gingen echter naar het Noorden. Er stond een zwakke wind uit het noordwesten van 3 bft. Het was bewolkt en het miezerde een beetje. De wind kwam ruim van achteren en was niet krachtig genoeg om voldoende snelheid te maken, zodat we op motor en grootzeil richting Howth voeren, een afstand van 55 Nm vanaf Ardglass. Na een uur trok de wind aan naar WNW-4 en zeilden we met gemiddeld 7 knopen verder naar het zuiden. Even later passeerden we de grens van Noord-Ierland en de Republiek Ierland en verwisselden we het Engelse gastenvlaggetje voor het Ierse. Via de marifoon kwam er van de Dublin Coastguard de melding “Gale Warning “  binnen,  die vannacht zou aanvangen. Om drie uur passeerden we Lambay Island, een klein eiland, dat ongeveer 6 Nm vanaf Howth ligt. Om vier uur voeren we tussen het eilandje Ireland’s Eye, dat vlak voor Howth ligt, en het vaste land van Ierland door. Om kwart over vier kwamen we in Howth Marina aan. Het was net laagwater en liepen we bij de ingang nog even vast. Gelukkig was het een modderige bodem en met wat extra motorgeweld kwamen we er verder zonder problemen doorheen. Via de marifoon hadden we ons aangemeld, maar het was kennelijk nog even zoeken naar een vrije ligplaats, want na een paar minuten kregen we pas een mooie box toegewezen. De hele dag was het bewolkt, maar droog. In Howth begon echter de zon weer te schijnen. Wat we morgen gaan doen is afhankelijk van het weer.